575 jaar geleden begon de dagelijkse koorzang in de Oude Kerk

Op 25 februari 1451 bekrachtigde Gijsbrecht Heerman, kanunnik van de Dom te Utrecht, de oprichting van het Zeven Getijden-college in de Oude Kerk van Delft. Vanaf dat moment zou er elke dag professionele koorzang klinken in de kerk. Meer dan 120 jaar lang.

Zeven keer per dag

Een vast college van beroepszangers, "de ghesellen van den musycke", zong voortaan dagelijks de zeven getijdengebeden op het hoogkoor. Van de vroege metten tot de vespers vulde hun zang de kerkruimte. Op zondagen kregen ze versterking van de schooljongens van de Latijnse school en hun schoolmeester, gekleed in wit koorhemd en baret.

Voor een parochiekerk was dat behoorlijk ambitieus. De bisschop van Utrecht dacht daar blijkbaar net zo over: in een Latijnse oorkonde prees hij het Delftse stadsbestuur voor dit initiatief. Zo'n bisschoppelijk compliment zegt veel over het belang dat men hechtte aan goede kerkmuziek.

Een bescheiden begin

De eerste vier zangmeesters werden in 1450 gekozen: Heynric Bugge Dirx, Gijsbrecht Jacobsz., Pieter Andriessoon en Willem Aelbrechtsz. Het college werd gefinancierd uit bijdragen van Delftse burgers, die jaarlijkse bedragen toezegden op hun huizen en landerijen. Genoeg om te beginnen, maar heel overvloedig was het niet.

Van Gregoriaans naar polyfonie

Aanvankelijk klonk er uitsluitend Gregoriaans. Maar gaandeweg deed de meerstemmige muziek haar intrede. Uit zestiende-eeuwse archieven weten we dat de zangers ook werden ingehuurd voor "musyck", polyfone composities waarvoor ze extra loon kregen. De zangmeesters ontvingen zelfs een dubbele vergoeding.

De zangers werden onderscheiden in "tenoer" of "hoechconter" en "bassus" of "basconter". Velen kwamen uit het Zuiden: Gent, Mechelen, Kortrijk. Die toestroom leidde tot concurrentie. Zangers speelden de ene kerk tegen de andere uit om betere voorwaarden te bedingen. In 1511 sloten Delft en Den Haag daarom een overeenkomst: wie vertrok bij een koor, mocht twee jaar lang nergens anders worden aangenomen. De boete bij overtreding: honderd gouden Rijnse guldens.

Delft als muziekstad

Het Zeven Getijden-college stond niet op zichzelf. Delft ontwikkelde zich in de vijftiende en zestiende eeuw tot een stad met een opmerkelijk rijk muziekleven. Gheerkin de Hondt, geboren in Brugge rond 1495, werd in 1521 zangmeester van de Nieuwe Kerk. Hij componeerde missen, motetten en chansons en geldt tegenwoordig als een van de fijnere vertegenwoordigers van de muziekcultuur in de Lage Landen. Zijn werk is nog altijd te beluisteren via Spotify (klik hier). Ook organist Cornelis Boscoop, die van 1554 tot 1573 aan de Oude Kerk verbonden was, droeg bij aan Delfts reputatie als muziekstad. Hij componeerde meerstemmige psalmen die tot op de dag van vandaag bewaard zijn gebleven.

Het einde in 1572

Met de komst van de Reformatie was het voorbij. De Hervormden duldden in het begin zelfs geen orgelspel in de eredienst. De beroepszangers verloren van de ene dag op de andere hun broodwinning. Tot 1573 werden ze nog uitbetaald; daarna moesten ze zelf maar zien hoe ze rondkwamen.

Een paar van hen gingen verhaal halen bij het stadsbestuur. De zangers Roelant en Joost Jansz. lieten weten dat ze jarenlang trouw in zowel de Oude als de Nieuwe Kerk hadden gezongen. Joost had zelfs meer dan zestien jaar dienst gedaan. Ooit was hem een levenslang onderhoud beloofd, "omdat zijn stem zo voortreffelijk was."

Zo verdween na ruim 120 jaar de dagelijkse koorzang uit de Oude Kerk. Begonnen met vier zangers en weinig geld, uitgegroeid tot een professioneel koor met zangers uit heel de Lage Landen.

Waar kunnen we je mee helpen?

Geen resultaten gevonden.